In deze zaak, die op 6 januari 2025 voor de rechter kwam, was een belastingbetaler het niet eens met de Belastingdienst. Het ging om de vraag hoe hoog de “verkrijgingsprijs” van zijn aandelen was. Dit is het bedrag dat bepaalt hoeveel belasting je moet betalen als je je aandelen verkoopt. De Belastingdienst had een bedrag berekend, maar de belastingbetaler vond dat dat bedrag te laag was. Volgens hem moest hij daardoor onterecht meer belasting betalen.
Wat vond de rechter?
De rechter heeft alles op een rijtje gezet en moest bepalen wie gelijk had. Hier is wat ze hebben bekeken:
- Was er genoeg bewijs?
De belastingbetaler moest laten zien dat het bedrag dat hij noemde klopte. Hij kwam met zijn eigen berekeningen, maar de vraag was of die wel stevig genoeg waren. - Klopt het werk van de Belastingdienst?
De rechter keek ook of de Belastingdienst alles volgens de regels had gedaan en of hun berekening netjes was uitgevoerd. - Wie heeft het beste verhaal?
Beide kanten hebben hun verhaal verteld, maar de rechter moest beslissen wie het meest overtuigend was.
En de uitkomst?
De rechter gaf de Belastingdienst gelijk. De belastingbetaler had niet genoeg bewijs om te laten zien dat de Belastingdienst het fout had. Dus bleef het bedrag dat de Belastingdienst had berekend gewoon staan, en daar moest de belastingbetaler zijn belasting over betalen.
Wat kun je hiervan leren?
Als je ruzie hebt met de Belastingdienst over cijfers, zorg dan dat je bewijs supergoed in orde is. Zonder sterke argumenten en duidelijke onderbouwing is het lastig om je gelijk te halen. En ja, de rechter kijkt kritisch naar wat je inbrengt, dus wees goed voorbereid!


